Het Hogeland, het noordelijke kustgebied van de provincie Groningen, herbergt een van de rijkste verzamelingen romaanse kerkgebouwen van Nederland. Wie de smalle wegen tussen de wierden volgt, treft om de paar kilometer een middeleeuws kerkje aan dat soms al meer dan achthonderd jaar het landschap markeert. De Stichting Oude Groninger Kerken beheert tientallen van deze monumentale gebouwen en zet zich al decennia in voor hun behoud en toegankelijkheid.

Toch zijn deze kerken bij het grote publiek relatief onbekend. Terwijl de romaanse architectuur in landen als Frankrijk, Spanje en Italie massaal toeristen trekt, blijft het Groninger Hogeland een stille bewaarplaats van vergelijkbaar erfgoed. De tufstenen en bakstenen kerkjes vertellen het verhaal van een regio die in de vroege middeleeuwen welvarend en internationaal georienteerd was.

Tufsteen en de vroegste kerken

De oudste kerken op het Hogeland dateren uit de elfde en twaalfde eeuw en zijn opgetrokken uit tufsteen, een vulkanisch gesteente dat per schip vanuit het Duitse Eifelgebied werd aangevoerd. Het gebruik van tufsteen wijst op de rijkdom van de lokale gemeenschappen, die in staat waren kostbaar bouwmateriaal over grote afstand te laten transporteren. De kerken van Leermens, Krewerd en Loppersum behoren tot de meest indrukwekkende voorbeelden van deze vroege bouwtraditie.

Het grondplan van deze tufstenen kerken is doorgaans eenvoudig: een rechthoekig schip met een halfrond gesloten apsis aan de oostzijde. De muurdikte kan oplopen tot meer dan een meter, wat de gebouwen een robuust en tijdloos karakter geeft. Decoratieve elementen zijn spaarzaam maar verfijnd: rondboogfriezen onder de dakrand, lisenen die de gevelvlakken indelen, en soms een enkel gebeeldhouwd kapiteel.

De bakstenen revolutie

Vanaf het midden van de twaalfde eeuw werd tufsteen geleidelijk vervangen door baksteen, een materiaal dat lokaal kon worden geproduceerd. De overgang naar baksteen bracht nieuwe bouwmogelijkheden met zich mee. De karakteristieke kloostermoppen, de grote bakstenen die kenmerkend zijn voor de dertiende-eeuwse bouw in Noord-Nederland, maakten het mogelijk om grotere en ambitieuzere kerken te realiseren.

In dorpen als Uithuizen, Kantens en Middelstum verrezen imposante bakstenen kerken die de groeiende welvaart van het Hogeland weerspiegelden. Sommige van deze kerken kregen een toren, andere een zadeldak of een klokvormige bekroning. De verscheidenheid in bouwvormen maakt een tocht langs de Hogelandster kerken tot een boeiende architectuurles.

Bedreiging en behoud

De eeuwen zijn niet mild geweest voor het kerkelijk erfgoed van het Hogeland. Krimp van de bevolking, teruglopend kerkbezoek en de gevolgen van de gaswinning hebben veel kerken in hun voortbestaan bedreigd. Aardbevingsschade heeft bij diverse monumenten tot scheuren in muren en gewelven geleid, wat kostbare restauratiewerkzaamheden noodzakelijk maakte.

Gelukkig groeit het besef dat deze kerken meer zijn dan religieuze gebouwen alleen. Ze vormen het culturele hart van dorpsgemeenschappen en dienen steeds vaker als locatie voor concerten, tentoonstellingen en bijeenkomsten. Door dit hergebruik krijgen de gebouwen een nieuwe functie die bijdraagt aan hun instandhouding en aan de leefbaarheid van het platteland.

Een levend landschap

De romaanse kerken van het Hogeland zijn meer dan monumenten uit een ver verleden. Ze zijn onderdeel van een levend cultuurlandschap dat continue in ontwikkeling is. De wisselwerking tussen oud en nieuw, tussen behoud en vernieuwing, maakt dit landschap zo bijzonder. Wie de moeite neemt om het Hogeland te verkennen, ontdekt een erfgoedlandschap dat in Nederland zijn gelijke niet kent.

Voor iedereen die zich wil verdiepen in de Groninger kerkenbouw bieden de publicaties en excursies van Stad en Lande een uitstekend vertrekpunt. De vereniging organiseert regelmatig tochten langs de kerken van het Hogeland, begeleid door deskundigen die de gebouwen in hun historische context kunnen plaatsen.