In 2024 bestaat de cultuurhistorische belangstelling voor de provincie Groningen honderd jaar in georganiseerd verband. Dat is een bijzonder gegeven in een tijd waarin veel regionale instellingen het moeilijk hebben. De rijke collecties van het Groninger Museum, dat ook in 2024 een divers tentoonstellingsprogramma presenteerde, vormen slechts een van de vele uitingen van een brede en levende geschiedeniscultuur in de noordelijke provincies.
Regionale geschiedschrijving wordt soms afgedaan als een hobby voor liefhebbers, maar de praktijk laat een ander beeld zien. De kennis die in de afgelopen eeuw is opgebouwd over de Groninger geschiedenis heeft bijgedragen aan wetenschappelijk onderzoek, ruimtelijke ordening, erfgoedbeleid en educatie. Het is de moeite waard om stil te staan bij de vraag wat een eeuw van lokale geschiedbeoefening oplevert.
Van liefhebberij naar wetenschap
In de vroege twintigste eeuw was regionale geschiedschrijving vaak het domein van welgestelde heren die in hun vrije tijd bronnen bestudeerden en publiceerden. De professionalisering die in de loop van de eeuw plaatsvond, veranderde dit beeld ingrijpend. De oprichting van de Rijksuniversiteit Groningen bracht academische geschoolde historici voort die hun aandacht richtten op de eigen regio, en de wisselwerking tussen professionele en amateurhistorici bleek buitengewoon vruchtbaar.
Deze wisselwerking leidde tot publicaties die zowel wetenschappelijk verantwoord als toegankelijk geschreven zijn. Het kwartaaltijdschrift en het jaarboek van Stad en Lande zijn hiervan sprekende voorbeelden: beide publicaties bieden ruimte aan zowel universitaire onderzoekers als lokale kenners die vanuit hun eigen expertise bijdragen aan het bredere beeld.
Erfgoed als maatschappelijke kracht
De afgelopen decennia is het besef gegroeid dat erfgoed niet alleen een zaak is van behoud en bescherming, maar ook van maatschappelijke waarde. Kennis van de lokale geschiedenis versterkt het gevoel van verbondenheid met de eigen omgeving en kan een rol spelen in actuele discussies over ruimtelijke ontwikkeling, duurzaamheid en identiteit.
In Groningen is dit bijzonder zichtbaar geworden in het debat over de gevolgen van de gaswinning. Historische kennis over de bouwwijze van monumenten, de ontwikkeling van het landschap en de sociale structuur van dorpsgemeenschappen bleek onmisbaar bij het formuleren van beleid voor herstel en versterking. Zonder de jarenlange investering in regionaal historisch onderzoek zou deze kennis eenvoudigweg niet beschikbaar zijn geweest.
Nieuwe generaties bereiken
Een van de grootste uitdagingen voor elke cultuurhistorische organisatie is het bereiken van nieuwe generaties. Het beeld dat geschiedbeoefening alleen iets is voor ouderen klopt niet met de werkelijkheid: jonge onderzoekers, studenten en geinteresseerden vinden steeds vaker hun weg naar archieven, musea en verenigingen. De sleutel ligt in het aanbieden van toegankelijke en relevante content die aansluit bij hedendaagse vragen.
Digitale ontsluiting speelt hierin een cruciale rol. Door publicaties en bronnen digitaal beschikbaar te stellen, wordt de drempel om kennis te maken met de regionale geschiedenis aanzienlijk verlaagd. Tegelijkertijd blijft de fysieke ervaring van een lezing, een excursie of een bezoek aan een historische locatie van onschatbare waarde.
Vooruitkijken
Honderd jaar regionale geschiedschrijving is een prestatie die vertrouwen geeft voor de toekomst. De combinatie van wetenschappelijke diepgang, publieke toegankelijkheid en maatschappelijke relevantie maakt de Groninger geschiedeniscultuur tot een voorbeeld voor andere regio's. Het fundament dat in de afgelopen eeuw is gelegd, biedt alle mogelijkheden om de komende decennia verder te bouwen aan de kennis en de waardering voor het Groninger verleden.
De uitdaging is om de balans te bewaren tussen het vertrouwde en het nieuwe, tussen de diepgang die specialisten waarderen en de toegankelijkheid die een breed publiek aanspreekt. Dat dit mogelijk is, bewijst de Groninger praktijk al honderd jaar.