Het Historisch Jaarboek is in november 2009 verschenen, met wederom een boeiende inhoud.
Verwikkelingen in de middeleeuwse dijkschepperij van Holwierde zijn het onderwerp van de bijdrage van Edze de Boer. Jan van de Broek bekeek de brieven die het stadsbestuur in de periode 1560-1594 aan de besturen van andere steden schreef, en werpt zo licht op de betrekking van Groningen met 'de Oosterse steden'. Zweder von Martels schrijft, in het jaar dat de universiteit haar 395-jarig bestaan viert, over het door Ubbo Emmius opgestelde stichtingsbesluit.
Het 'Groninger kabinet' is voor antiekliefhebbers een begrip, maar wat moeten we ons er precies bij voorstellen? Freerk Veldman belicht het ontstaan en de varieteiten van dit meubelstuk. Willem Doornbos besteed -eveneens in woord en beeld- aandacht aan Groningse kalligrafen in de 19e eeuw.
Twee artikelen hebben de eigentijdse geschiedenis als onderwerp: Peter Groote schrijft over verbindingen in en met het Noorden onder de veelzeggende titel 'Altijd debat', Enne Koops leverde een bijdrage over emigrerende Groningers in de eerste decennia na de oorlog.
De rubriek 'Actueel verleden' staat dit maal geheel in het teken van de in 2008-2009 verschenen Geschiedenis van Groningen. Een zestal recensenten laten hun licht schijnen over deze nieuwe provinciale geschiedenis, een ieder vanuit een andere invalshoek.
Het jaarboek wordt traditiegetrouw besloten met de rubriek Cultureel erfgoed en een overzicht van de in 2008 verschenen Groningse historische literatuur.